Ik zit gewoon te kijken

Het zonnetje schijnt lekker in m’n gezicht. Een klein zuchtje wind, precies goed. Ik leun nog eens achterover, mijn blik gaat richting de lucht. Zo blauw als een lucht maar kan zijn. Ik adem diep in, waarna een diepe zucht volgt. Het is een zucht van voldoening, een zucht die vraagt om meer van dit soort dagen. Vanochtend rond zessen opgestaan, drie kwartier later op de fiets richting werk. Lekker op tijd, zodat ik vroeg weer kon gaan. Een uur geleden was ik klaar, en ben ik weer op mijn fiets gestapt. Niet richting huis, maar richting terras.

En daar zit ik dan. Uitkijkend over het plein van de grote markt, geniet ik van mijn heerlijk koude drankje. Ondertussen volg ik de mensen die voorbij komen. Niemand die precies hetzelfde doet. De een loopt haastig van de ene naar de andere winkel, alsof hun leven er vanaf hangt. Anderen lopen zo traag, dat ik me afvraag of ze ooit nog thuis zullen komen. Ik verzin hun verhalen. Ik vraag me af waarom ze lopen zoals ze lopen, hoe ze zijn geworden zoals ze nu zijn en hoe hun leven verder zal gaan.

Ik pak mijn kladblok om hun verhalen op te schrijven. Sommige mensen lijken interessant, maar nadat ik de eerste zin op papier heb zijn ze opeens bijzonder saai geworden. De rest van hun verhaal wil ik niet weten, en ik kras de zin weer door. Voor sommige mensen lijkt alles te kloppen. Hun verhaal bestaat binnen de kortste keren uit een tiental zinnen. Ik kan nog uren over ze doorschrijven, maar de volgende interessante persoon is alweer mijn blikveld binnen gelopen. Ik probeer ze te volgen, maar ze ontvluchten mijn blik meestal al snel.

Zij is ook zeker zo’n interessant geval. Ze komt uit een van de kleine kledingwinkeltjes aan de overkant gelopen, recht op mij af. Tenminste zo lijkt het. Tegelijk weet ik dat ze alleen wat te drinken wil halen hier op het terras, om ondertussen te genieten van de zon en het uitzicht. De vier tassen met gekochte spullen zitten haar duidelijk in de weg. Het lijkt een eeuwigheid te duren, maar ze is duidelijk vastberaden om hier te komen. Uiteindelijk kwam ze dan ook aan bij het terras. “Probeer jij maar eens met die onhandige tassen te lopen!” zei ze plotseling. “Sorry?” zei ik verbaasd, en na een kleine stilte: “Ik zit gewoon een beetje rond te kijken.” Toen realiseerde ik me dat ik een grote grijns op m’n gezicht had staan.

Wie voelde zich alleen?

Tientallen mensen, in de flat waar ik woon. Allemaal hebben ze hun eigen leven. Hun eigen hobbies met allemaal hun eigen vrienden. Hun eigen familie en hun eigen lievelingseten. Allemaal zijn we compleet verschillend, behalve dan dat we op dezelfde plek wonen.

Honderden mensen, die zie ik allemaal voorbij komen op straat als ik naar buiten kijk. Aan een stuk door een stroom van wandelaars, fietsers, auto’s, bussen en vrachtwagens. En allemaal gaan ze ergens heen. Allemaal hebben ze hun compleet eigen leven, allemaal doen ze verschillende dingen. Niemand ziet er hetzelfde uit, zelfs de tweelingen die langs lopen. Allemaal lopen, fietsen of rijden ze langs. Op weg naar werk, op weg naar school of lekker naar huis. Misschien wel naar de sportclub of het cafe. Maar allemaal gaan ze ergens heen.

Duizenden mensen. Allemaal wonen ze ergens in de wijk waar ik woon. En allemaal hebben ze hun eigen leven. Elk van die paar duizend, echt iedereen. Een eigen groep vrienden, allemaal hebben ze hun eigen liefde voor de dingen die ze zelf leuk vinden. En allemaal hebben ze een baan, gaan ze naar school, of nog iets anders, maar ze doen allemaal iets. En allemaal doen ze iets anders.

Tienduizenden mensen. Allemaal wonen ze in dezelfde stad als waar ik woon, en allemaal doen ze iets. Tienduizenden mensen van alle leeftijden. Net een half uur geleden geboren, tot de alleroudsten. Mensen die alles nog moeten meemaken, of al een heel leven achter zich hebben. Maar ze zijn er allemaal. En het zijn er veel.

Miljoenen mensen. Allemaal wonen ze in hun eigen stad, hun eigen dorp of ergen ertussen. Allemaal weten ze hun dag goed vol te krijgen. Allemaal hebben ze iets te doen. Misschien stelt het niet veel voor, of misschien bepaalt het wel de toekomst. Maar er is wat te doen, en er gebeurd van alles. Zo gaat het maar door. En toch wonen ze allemaal in dat zelfde stukje grond, waar een mooi denkbeeldig lijntje omheen zit.

Miljarden mensen, overal over de wereld. Misschien hebben ze het niet allemaal even goed, maar ze zijn er allemaal. En allemaal maken ze dingen mee. Misschien hebben ze daar niet zoveel tijd voor, misschien worden ze wel meer dan honderd jaar oud. Alles van degenen die allergisch lijkt voor werk tot degene die niets anders doet dan werken, eten en slapen. Alles van een bezige bij tot een trage schildpad. Ze zijn er allemaal. Allemaal kennen ze verschillende mensen. Allemaal hebben ze hun eigen leven. Allemaal doen ze wat. Maar ze zijn er allemaal. Meer dan zes miljard.

Voelde iemand zich nog alleen op deze wereld?