Waar ben je?

Waar ben je nou toch? Ik kan je maar niet vinden. En het is irritant! Vreselijk irritant! Ja, ik ben er zelfs een beetje boos om. Ondertussen gaat het echt nergens meer over. Ik krijg soms het idee dat je gewoon helemaal niet bestaat, of dat je stiekem een ander hebt gekozen, terwijl je dat eigenlijk helemaal niet wil. Ja, dan is het lekker je eigen schuld hoor! Daar kan ik niet mee zitten. Maar het blijft irritant. Irritant dat ik je niet kan vinden.

Weet je wat nog het ergste is? Soms heb ik het idee dat je me wel aankijkt, maar dan wel stiekem, zodat ik je niet kan zien. Of die keren dan ik denk dat je daar staat. Dan loop ik naar je toe, blijkt het een dubbelganger te zijn. Nep, wat heb ik daar nou weer aan? En nu ben ik weer zeker degene die het fout doet, dat ik zo tegen je tekeer ga, of niet soms?  Ik heb überhaupt nog nooit met je gepraat en daar begint het al. Maar aan mij zal het niet liggen. Ik zal er voor je zijn, en dat meen ik. En dat je niet bestaat geloof ik niets van. Die ander mag je ook best dumpen hoor, toen je me zag wist je best dat je mij moest hebben.

En ik wil best wel de eerste zijn, maar dan moet je je niet de hele tijd verbergen in zo’n donker hoekje, afgesproken? Ik maak het zo makkelijk mogelijk voor je. Gewoon op het goede moment op de goede plek staan, meer hoef je niet te doen. Meer wil ik ook niet van je vragen. Het mag best hoor, maar het hoeft niet. En ik weet zeker, als we elkaar dan eindelijk gesproken hebben, dan snap je niet waarom je je toch de hele tijd verborgen hebt.

Mira

Meestal waren we met ons zessen, soms kwam er eens eentje bij, maar ’t bleef meestal wel bij zes. En elke keer zat ik maar weer te kijken. Ondertussen deed ik net alsof we vrienden waren. Kun je ’t voorstellen? Mira is haar naam. Oh, wat was het een kwelling af en toe. Voor mij was het veel meer. Ik wilde geen vrienden zijn, nee! Ik was smoorverliefd jonge, moest je eens weten.

Wat wil je trouwens te drinken hebben? Ik heb van alles in de koelkast staan. Ja, zeg maar, ik heb het vast. En anders is er ook wel water uit de kraan. Een biertje dan maar? Doe trouwens alsof je thuis bent, dat deed ik ook bij jou. Maar zou je wel even die twee potten naast de deur heel kunnen laten? Die zijn voor de verjaardag van mijn moeder, en ik kom liever niet met een stel scherven aan. Een momentje hoor, ik ben er zo weer…

Alsjeblieft! Waar was ik gebleven? Oh ja, Mira, ja! Ze was een paar maanden daarvoor met Olaf mee. Hij had haar mee weten te sleuren naar ons vaste plekje. Je kent Olaf wel, die van dat bandje. Dat had ik toch wel verteld, of niet? Hm, nou, dan vertel ik het nu toch gewoon. Olaf die heeft namelijk een bandje. Zo’n jaartje of zes geleden is ie daar mee begonnen. Hij bedoelde het toen vooral als hobby voor in de vrije uurtjes, maar het regionale radiostation heeft ze eigenlijk meer uitgeroepen tot regionale topband. Ze zijn hier in de regio toch behoorlijk populair heb ik het idee. Het leuke is nog wel, dat een maand of wat geleden opeens iemand uit Japan opbelde. Hij had ze blijkbaar op internet gezien en vond het wel goed klinken. Nu zou het zomaar kunnen dat ze binnenkort een CD mogen gaan opnemen in de studio. Leuk toch?

Maar in ieder geval, Olaf die bracht Mira dus een tijd geleden mee. Hoe meer mensen hoe leuker vond iedereen. Ik vond haar toen wel leuk eruit zien, maar als ik omkeek zag ik ook zoveel leuke meiden, dus meer dan dat was het niet voor mij. Misschien in de toekomst een aardige vriendin, maar meer niet. Maar had ik dat toch eens mis. De paar keer daarna kwam ze weer met Olaf mee, ze vond het blijkbaar leuk. Na een paar keer kwam ze gewoon zelf en hoorde ze eigenlijk al bij het vaste groepje. Ik zat meestal  zo ongeveer tegenover haar, ik denk gewoon toeval. Ik maakte grappen, zij maakte grappen, maar we praten nooit echt ergens over. Eigenlijk wist ik helemaal niet wie ze nou eigenlijk was. En toen begon het te groeien, het verlangen.

Ik zet even de verwarming aan hoor, het is hier wat koudjes. Is je biertje koud genoeg? Ik zal zo even dat drankje voor je pakken waar ik je laatst over vertelde. Of heb je ‘m ondertussen stiekem zelf geprobeerd?  Maar om mijn verhaaltje af te maken. Ik begon langzaam steeds meer vlinders in m’n buik te krijgen. Langzaam probeerde ik haar aandacht te zoeken. Maar ik denk niet dat ze iets doorhad. Wat een sukkel voelde ik mezelf laatst toen ik daar over nadacht. Ik ben benieuwd of iemand anders zag hoe graag ik haar aandacht wilde. Ik zag het allemaal al helemaal voor me. Hoe we samen op de bank zouden zitten, hoe we langzaam dicht tegen elkaar aan zouden kruipen. Ik zag het echt zo voor me, alsof het een film was. Ik moest en zou haar aandacht hebben. En die vrijdag zou ik het dus helemaal gaan doen. Ik wist niet hoe, maar het zou me gaan lukken.

Maar toen was daar dat moment. Alsof ik in een zwart gat werd gezogen. Alles om me heen verdween toen ik die twee zag kussen, Olaf en Mira. Het was niet zomaar een kus, je kon het aan hun ogen zien,  aan hun hele gezicht zelfs. Ze waren smoor op elkaar. De vlammen kwamen zowat uit hun ogen bij wijze van spreken. Olaf had mijn meisje ingepikt. Dat was waar ik aan dacht. De rest weet je eigenlijk zelf al. Ik kon het even niet aan en ik liep dus naar de bar toe om iets zwaars achterover te gooien. Olaf had me blijkbaar door. Ik wist dat ik ook zelf schuld had, ik was te laat geweest. Maar toch. Je weet zelf wat we toen allemaal tegen elkaar hebben staan schelden. Tot jij er natuurlijk tussenkwam met je “een vriendschap verliezen om een meisje is het niet waard”. Ik denk dat we allebei begrepen dat je gelijk had. “Vrienden?” vroeg ik toen. “Vrienden!” was zijn antwoord. Dat noem ik goede vrienden. Mira? Tja, ze is nog steeds hartstikke aardig hoor, maar niet meer dan dat.

Jij

De hele dag zou ik je willen horen. De hele dag zou ik naar je luisteren. Ik zou luisteren naar alles wat je me te vertellen hebt. Zelfs je leugens zou ik aanhoren, en ik zou het prima vinden. Al gebruik je alleen de verkeerde woorden, ik zou het niet erg vinden. Ik zou alles horen wat je zegt, of het nu betekenis heeft of niet. Je mooiste toespraak en je domste opmerking, voor mij zouden ze gelijk zijn. Maar ik kan het niet.

De hele dag zou ik je willen bekijken. Ik zou naar je blijven kijken, ook al was zelfs het licht van de sterren verdwenen. Ik zou mijn ogen niet van je af kunnen krijgen, ook al stond het felste licht achter je te schijnen. Ik zou mijn ogen niet van je af kunnen krijgen. Maar het lukt me niet.

Ik probeer je iets te vertellen. Ik probeer je iets duidelijk te maken, maar alleen als jij wil dat ik praat. We kunnen het over de simpelste dingen hebben, dan zouden we allebei om elkaars opmerkingen lachen. We zouden zware gesprekken kunnen voeren, en het zou ons goed af gaan. Maar ik wil niet beginnen.

Als er iets moest gebeuren, dan zouden we het samen kunnen oplossen. Samen zouden we elk probleem uit de weg ruimen. Als het jou niet lukt, dan weet ik de oplossing. Als ik er niet uit kom, dan help jij me. We zouden elkaar perfect aanvullen en een geweldig team zijn. Niemand zou ons verslaan, want wij zouden het beste team van de wereld zijn. Maar dat gebeurd toch niet.

Kan jij het wel? Lukt het jou? Wil jij niet beginnen? Zou het toch niet kunnen gebeuren? Zorg jij er maar voor. Als jij begint, dan maak ik het af. Waarom begin je niet gewoon? Ik zit hier voor je, we kunnen zo bezig gaan. Kom hier maar naartoe, dan kunnen we starten. Dan rijden we nu weg. Ons team is al uit elkaar aan het vallen voor we zijn begonnen. Jij wil al niet luisteren als ik nog niets heb gezegd. Ik mag je niet eens bekijken. Ik wil naar je luisteren, maar jij zegt niets. Zo gaat het niets worden.

Begin je nu al vervelend te worden voor we elkaar hebben ontmoet? Negeer je me al terwijl ik niet eens om je aandacht vraag? Als het zo begint dan wil ik geen eens naar je luisteren. Dan wil ik je al helemaal niet zien. Laat staan dat ik je iets zou vertellen. En als je een team wil vormen, dan zoek je maar iemand anders.

Ik vind je vreselijk irritant! Sommige mensen zijn gewoon van zichzelf zo irritant. Je hoeft maar te kijken en je weet het al, die persoon ga ik niet aardig vinden. Jij bent er eentje van dat soort! Gelukkig blijf je ver van me weg, want als je dichterbij zou komen was ik snel weg gegaan. Als ik naar jou had moeten luisteren, dan had dat pijn aan m’n oren gedaan. Je mond is een dom gat waar willekeurig geluiden uit komen, maar iets zinnigs had je toch niet te melden.

Ik moet er helemaal niet aan denken om naar je te kijken. Je ziet er gewoon irritant uit. Als ik naar je kijk krijg ik een zure smaak in mijn mond. En alles wat uit mijn zure mond komt, dat wil je helemaal niet horen. Eigenlijk verdien je het om te luisteren naar wat ik wil zeggen.

Ik ben blij dat ik niets met je samen hoef te doen, ik heb bijna medelijden met je collega’s. Wij zouden waarschijnlijk nooit zonder kleerscheuren uit elkaar kunnen gaan. Nee, ik drink lekker mijn biertje op, ga jij ondertussen maar lekker naar het toilet. Dan kan ik snel ontsnappen. Misschien zijn er morgen leukere mensen aan de bar.