Waar ben je?

Waar ben je nou toch? Ik kan je maar niet vinden. En het is irritant! Vreselijk irritant! Ja, ik ben er zelfs een beetje boos om. Ondertussen gaat het echt nergens meer over. Ik krijg soms het idee dat je gewoon helemaal niet bestaat, of dat je stiekem een ander hebt gekozen, terwijl je dat eigenlijk helemaal niet wil. Ja, dan is het lekker je eigen schuld hoor! Daar kan ik niet mee zitten. Maar het blijft irritant. Irritant dat ik je niet kan vinden.

Weet je wat nog het ergste is? Soms heb ik het idee dat je me wel aankijkt, maar dan wel stiekem, zodat ik je niet kan zien. Of die keren dan ik denk dat je daar staat. Dan loop ik naar je toe, blijkt het een dubbelganger te zijn. Nep, wat heb ik daar nou weer aan? En nu ben ik weer zeker degene die het fout doet, dat ik zo tegen je tekeer ga, of niet soms?  Ik heb überhaupt nog nooit met je gepraat en daar begint het al. Maar aan mij zal het niet liggen. Ik zal er voor je zijn, en dat meen ik. En dat je niet bestaat geloof ik niets van. Die ander mag je ook best dumpen hoor, toen je me zag wist je best dat je mij moest hebben.

En ik wil best wel de eerste zijn, maar dan moet je je niet de hele tijd verbergen in zo’n donker hoekje, afgesproken? Ik maak het zo makkelijk mogelijk voor je. Gewoon op het goede moment op de goede plek staan, meer hoef je niet te doen. Meer wil ik ook niet van je vragen. Het mag best hoor, maar het hoeft niet. En ik weet zeker, als we elkaar dan eindelijk gesproken hebben, dan snap je niet waarom je je toch de hele tijd verborgen hebt.

Jij

De hele dag zou ik je willen horen. De hele dag zou ik naar je luisteren. Ik zou luisteren naar alles wat je me te vertellen hebt. Zelfs je leugens zou ik aanhoren, en ik zou het prima vinden. Al gebruik je alleen de verkeerde woorden, ik zou het niet erg vinden. Ik zou alles horen wat je zegt, of het nu betekenis heeft of niet. Je mooiste toespraak en je domste opmerking, voor mij zouden ze gelijk zijn. Maar ik kan het niet.

De hele dag zou ik je willen bekijken. Ik zou naar je blijven kijken, ook al was zelfs het licht van de sterren verdwenen. Ik zou mijn ogen niet van je af kunnen krijgen, ook al stond het felste licht achter je te schijnen. Ik zou mijn ogen niet van je af kunnen krijgen. Maar het lukt me niet.

Ik probeer je iets te vertellen. Ik probeer je iets duidelijk te maken, maar alleen als jij wil dat ik praat. We kunnen het over de simpelste dingen hebben, dan zouden we allebei om elkaars opmerkingen lachen. We zouden zware gesprekken kunnen voeren, en het zou ons goed af gaan. Maar ik wil niet beginnen.

Als er iets moest gebeuren, dan zouden we het samen kunnen oplossen. Samen zouden we elk probleem uit de weg ruimen. Als het jou niet lukt, dan weet ik de oplossing. Als ik er niet uit kom, dan help jij me. We zouden elkaar perfect aanvullen en een geweldig team zijn. Niemand zou ons verslaan, want wij zouden het beste team van de wereld zijn. Maar dat gebeurd toch niet.

Kan jij het wel? Lukt het jou? Wil jij niet beginnen? Zou het toch niet kunnen gebeuren? Zorg jij er maar voor. Als jij begint, dan maak ik het af. Waarom begin je niet gewoon? Ik zit hier voor je, we kunnen zo bezig gaan. Kom hier maar naartoe, dan kunnen we starten. Dan rijden we nu weg. Ons team is al uit elkaar aan het vallen voor we zijn begonnen. Jij wil al niet luisteren als ik nog niets heb gezegd. Ik mag je niet eens bekijken. Ik wil naar je luisteren, maar jij zegt niets. Zo gaat het niets worden.

Begin je nu al vervelend te worden voor we elkaar hebben ontmoet? Negeer je me al terwijl ik niet eens om je aandacht vraag? Als het zo begint dan wil ik geen eens naar je luisteren. Dan wil ik je al helemaal niet zien. Laat staan dat ik je iets zou vertellen. En als je een team wil vormen, dan zoek je maar iemand anders.

Ik vind je vreselijk irritant! Sommige mensen zijn gewoon van zichzelf zo irritant. Je hoeft maar te kijken en je weet het al, die persoon ga ik niet aardig vinden. Jij bent er eentje van dat soort! Gelukkig blijf je ver van me weg, want als je dichterbij zou komen was ik snel weg gegaan. Als ik naar jou had moeten luisteren, dan had dat pijn aan m’n oren gedaan. Je mond is een dom gat waar willekeurig geluiden uit komen, maar iets zinnigs had je toch niet te melden.

Ik moet er helemaal niet aan denken om naar je te kijken. Je ziet er gewoon irritant uit. Als ik naar je kijk krijg ik een zure smaak in mijn mond. En alles wat uit mijn zure mond komt, dat wil je helemaal niet horen. Eigenlijk verdien je het om te luisteren naar wat ik wil zeggen.

Ik ben blij dat ik niets met je samen hoef te doen, ik heb bijna medelijden met je collega’s. Wij zouden waarschijnlijk nooit zonder kleerscheuren uit elkaar kunnen gaan. Nee, ik drink lekker mijn biertje op, ga jij ondertussen maar lekker naar het toilet. Dan kan ik snel ontsnappen. Misschien zijn er morgen leukere mensen aan de bar.