Een draad

Ik zie een draad. De draad beweegd. Hij, een draad is overduidelijk mannelijk, blijft maar bewegen. Stoppen kan niet, de draad geeft geen keus. Naar links en dan naar rechts, om vervolgens weer naar links te gaan. Naar voor of naar achter kan niet, daar zitten klemmen die de draad stevig vasthouden. Gelukkig maar want anders zou hij zich continu zorgen moeten maken dat hij de grond niet zou raken, of dat hij ergens omheen gewikkeld zou raken. Nee, deze draad heeft in ieder geval lekker veel houvast. Maar toch kan de draad bewegen, het schommelen vergaat hem nog steeds lekker, nog steeds gaat het van de ene naar de andere kant, gedragen op de wind. Wat een luie draad eigenlijk, hij hoeft zelfs niet zelf te bewegen. Alles wordt voor de draad geregeld. Die draad heeft maar mooi geluk. Ik heb veel ergere draden gezien, die een stuk minder houvast hadden, met het kleinste beetje wind vliegt zo’n draad overal tegenaan. Maar deze draad heeft gewoon geluk. Hij is vast heel erg gelukkig met z’n situatie! Veel houvast en al net zoveel bewegingsvrijheid. Dat zou ik zelf eigenlijk ook wel willen. Die draad en ik zouden vast goede vrienden kunnen worden. Jammer dat ik niet aan de andere kant van de rails kan komen om eens te vragen hoe het met hem gaat.

Blaadje aan een boom

“Hallo blaadje!” zeg ik in een opgewekte bui. “krttsssststsss” antwoord het blaadje. Hij lijkt ook enthousiast te zijn. Laat ik dit gesprek maar eens verder brengen, volgens mij kan het nog wel eens leuk worden. “En hoe gaat het er vandaag mee?” – “ttssssstkrtttsss” – “Ahh mooi, met mij ook!” Het blaadje is overduidelijk blij met zijn plekje. In ieder geval altijd genoeg familie om je heen waar altijd wel plezier mee gemaakt kan worden, het is in ieder geval een drukte daar boven in die boom: “tsssstttssss” – “krgsssssstttsss” – “tsssstssstsss” En na die opmerking werd het stil. Overduidelijk een verkeerde opmerking. Vooral de wind werd er helemaal stil van. Echt ongelooflijk dat je zoiets durft te zeggen. Sommige bladeren hebben in ieder geval geen blad voor hun mond. Ik richt me weer tot het blaadje waar ik mijn gesprek mee begonnen was: “Ik vroeg me zo af, hoe stevig sta je nou eigenlijk in je schoenen als blad zo rond deze tijd van het jaar?” Geen antwoord. Ik kuch een keer om te kijken of er een reactie los te brengen is. Nog steeds geen antwoord. “Blijkbaar niet zo stevig of wel?” maak ik als zogenaamd grappige opmerking. Daar had ik waarschijnlijk een verkeerde snaar te pakken, plots begon de hele familie flink te schreeuwen. Vooral het blad waar ik mijn gesprek mee begonnen was ging flink tekeer: “TSSSSTTTTSSSSSSTSSSKKk…” Het was weer stil. “Als je niet wil praten moet je het zelf weten hoor.” Onder mijn schoenen hoor ik nog de laatste woorden: “KRGKRRRGH”.