De tuinman

Ik kan het me nog goed herinneren. Na zoveel jaar van getrek in de gigantische tuin was eindelijk besloten om toch maar een tuinman in dienst te nemen. De tuin was ook veel te groot om ’s avonds en in het weekend er maar bij te doen. Dus was afgesproken dat hij komende vrijdag zou komen. Hij zou wel even kijken wat er allemaal moest gebeuren, en hoeveel dat zou gaan kosten natuurlijk. Vrijdag, klokslag negen, stond hij dan ook klaar om de tuin te inspecteren.

Hij had een klein brilletje waar hij overheen kon kijken. Het leek alsof hij die ruimte boven de bril gebruikte als hij iets echt goed moest zien. Alsof die bril er voor was om te zorgen dat hij niet teveel op detail zou letten. Ook had hij een klein notitieblokje bij zich en een luxe pen om notities erop te maken. Na de gebruikelijke introducties was het tijd om de tuin dan maar in te duiken. Hij had natuurlijk al wat tijd gehad om de tuin te inspecteren terwijl hij wachtte bij de deur. Hij liep dan ook zonder aarzelen richting het eerste plekje in de tuin waar blijkbaar iets mis was. Het bankje stond er inderdaad aan de groene kant bij. Het knusse hoekje in de tuin was dit. Boven de bank was een klein ijzeren prieeltje gemaakt in het wit, de grond lag onder het grint. Er tegenaan waren rozen geplant, maar daar was niet veel moois van te zien. Om het geheel was een halfrond muurtje gebouwd. Het was nog geen tien jaar oud, maar het zag eruit als honderd, vooral de verwilderde klimopplanten hielpen daar erg mee.

Met de grootste voorzichtigheid betrad de tuinman het prieeltje en keek hij naar boven. Het ijzerwerk was volledig weggerot vertelde hij me.  Vervolgens richtte hij z’n blik op de rozenplanten. De armzalige plantjes waren nog geen dertig centimeter hoog. De tuinman bukte om de plantjes beter te bekijken, ook bekijk hij de grond. Na een paar seconden stond hij weer op en noteerde hij met een bezorgde blik wat op zijn notitieblokje. We gingen door naar het gras waar we zonet overheen waren gelopen. Hij merkte op dat de grote ijken en beuken achter het huis zorgden dat het gras niet genoeg zonlicht kreeg waardoor mos veel sneller groeide. Ik probeerde duidelijk te maken dat ik dat al wist, maar waarschijnlijk kwam mijn bericht niet duidelijk over, want zijn uitleg over het fenomeen mos stopte niet bij die enkele opmerking. Hij vertelde met veel detail van alles over mos. Vooral over hoe verschrikkelijk het was voor het gazon. Blijkbaar gaf hij veel om de stukjes gras.

Zo ging het nog even door. Niet alleen de rozen en ’t mos waren een drama. Maar zo ongeveer elk steentje in het grint en elk stukje onkruid werden behandeld. Stuk voor stuk gingen we elke plant langs om te kijken wat er aan moest gebeuren. Ik probeerde weg te komen door te zeggen dat ik even moest controleren of het in huis allemaal nog goed ging. Maar zijn opmerking dat hij dan wel even zou wachten gaf me weinig hoop dat ik het proces kon versnellen. Na bijna anderhalf uur in de tuin rond hebben gelopen had hij blijkbaar genoeg informatie verzameld. Ik was benieuwd hoeveel hij over mijn leefstijl kon zeggen. Hij had zo gedetailleerd gekeken dat hij waarschijnlijk nog kon zeggen welk stukje tuin ik altijd bekeek als ik de deur uit kwam lopen. We gingen aan de keukentafel zitten. Ik verwachte enkele commerciële termen en middeltjes die perse nodig waren om het mos weg te krijgen. Ik verwachte een plan van vele duizenden euro’s om de tuin volledig opnieuw aan te leggen.

In plaats daarvan vertelde de man over de tuin alsof die in oorlog was met onkruid. Hij vertelde over het gras dat de strijd aan het verliezen was met ’t mos. Over de groene aanslag die als een soort oorlogsspoor achterbleef. Op dat moment had ik echter wel ’t idee dat ik begreep wat hij bedoelde. Hij wilde een staakt-het-vuren afkondigen en beginnen met het opruimen van de achtergebleven chaos. Hij verzekerde me dat volgend jaar de bloemen weer zouden bloeien en dat de kleuren weer terug kwamen in de tuin. Ik vertrouwde hem zonder aarzelen de tuin toe.

Mira

Meestal waren we met ons zessen, soms kwam er eens eentje bij, maar ’t bleef meestal wel bij zes. En elke keer zat ik maar weer te kijken. Ondertussen deed ik net alsof we vrienden waren. Kun je ’t voorstellen? Mira is haar naam. Oh, wat was het een kwelling af en toe. Voor mij was het veel meer. Ik wilde geen vrienden zijn, nee! Ik was smoorverliefd jonge, moest je eens weten.

Wat wil je trouwens te drinken hebben? Ik heb van alles in de koelkast staan. Ja, zeg maar, ik heb het vast. En anders is er ook wel water uit de kraan. Een biertje dan maar? Doe trouwens alsof je thuis bent, dat deed ik ook bij jou. Maar zou je wel even die twee potten naast de deur heel kunnen laten? Die zijn voor de verjaardag van mijn moeder, en ik kom liever niet met een stel scherven aan. Een momentje hoor, ik ben er zo weer…

Alsjeblieft! Waar was ik gebleven? Oh ja, Mira, ja! Ze was een paar maanden daarvoor met Olaf mee. Hij had haar mee weten te sleuren naar ons vaste plekje. Je kent Olaf wel, die van dat bandje. Dat had ik toch wel verteld, of niet? Hm, nou, dan vertel ik het nu toch gewoon. Olaf die heeft namelijk een bandje. Zo’n jaartje of zes geleden is ie daar mee begonnen. Hij bedoelde het toen vooral als hobby voor in de vrije uurtjes, maar het regionale radiostation heeft ze eigenlijk meer uitgeroepen tot regionale topband. Ze zijn hier in de regio toch behoorlijk populair heb ik het idee. Het leuke is nog wel, dat een maand of wat geleden opeens iemand uit Japan opbelde. Hij had ze blijkbaar op internet gezien en vond het wel goed klinken. Nu zou het zomaar kunnen dat ze binnenkort een CD mogen gaan opnemen in de studio. Leuk toch?

Maar in ieder geval, Olaf die bracht Mira dus een tijd geleden mee. Hoe meer mensen hoe leuker vond iedereen. Ik vond haar toen wel leuk eruit zien, maar als ik omkeek zag ik ook zoveel leuke meiden, dus meer dan dat was het niet voor mij. Misschien in de toekomst een aardige vriendin, maar meer niet. Maar had ik dat toch eens mis. De paar keer daarna kwam ze weer met Olaf mee, ze vond het blijkbaar leuk. Na een paar keer kwam ze gewoon zelf en hoorde ze eigenlijk al bij het vaste groepje. Ik zat meestal  zo ongeveer tegenover haar, ik denk gewoon toeval. Ik maakte grappen, zij maakte grappen, maar we praten nooit echt ergens over. Eigenlijk wist ik helemaal niet wie ze nou eigenlijk was. En toen begon het te groeien, het verlangen.

Ik zet even de verwarming aan hoor, het is hier wat koudjes. Is je biertje koud genoeg? Ik zal zo even dat drankje voor je pakken waar ik je laatst over vertelde. Of heb je ‘m ondertussen stiekem zelf geprobeerd?  Maar om mijn verhaaltje af te maken. Ik begon langzaam steeds meer vlinders in m’n buik te krijgen. Langzaam probeerde ik haar aandacht te zoeken. Maar ik denk niet dat ze iets doorhad. Wat een sukkel voelde ik mezelf laatst toen ik daar over nadacht. Ik ben benieuwd of iemand anders zag hoe graag ik haar aandacht wilde. Ik zag het allemaal al helemaal voor me. Hoe we samen op de bank zouden zitten, hoe we langzaam dicht tegen elkaar aan zouden kruipen. Ik zag het echt zo voor me, alsof het een film was. Ik moest en zou haar aandacht hebben. En die vrijdag zou ik het dus helemaal gaan doen. Ik wist niet hoe, maar het zou me gaan lukken.

Maar toen was daar dat moment. Alsof ik in een zwart gat werd gezogen. Alles om me heen verdween toen ik die twee zag kussen, Olaf en Mira. Het was niet zomaar een kus, je kon het aan hun ogen zien,  aan hun hele gezicht zelfs. Ze waren smoor op elkaar. De vlammen kwamen zowat uit hun ogen bij wijze van spreken. Olaf had mijn meisje ingepikt. Dat was waar ik aan dacht. De rest weet je eigenlijk zelf al. Ik kon het even niet aan en ik liep dus naar de bar toe om iets zwaars achterover te gooien. Olaf had me blijkbaar door. Ik wist dat ik ook zelf schuld had, ik was te laat geweest. Maar toch. Je weet zelf wat we toen allemaal tegen elkaar hebben staan schelden. Tot jij er natuurlijk tussenkwam met je “een vriendschap verliezen om een meisje is het niet waard”. Ik denk dat we allebei begrepen dat je gelijk had. “Vrienden?” vroeg ik toen. “Vrienden!” was zijn antwoord. Dat noem ik goede vrienden. Mira? Tja, ze is nog steeds hartstikke aardig hoor, maar niet meer dan dat.