Het gras is altijd groener bij de buren

Ik kijk naar buiten, en daar zie ik het, het ding wat ik altijd al zag, maar waar ik nooit wat mee deed. Alhoewel nooit… de afgelopen week dan. Maar nu gaat daar verandering in komen. Vandaag is de dag dat ik er wat mee ga doen, vandaag is de dag dat ik mezelf zo ver zal zetten. Het zal een hele verandering zijn, maar ik geloof in mezelf. Ik denk dat ik er klaar voor ben. Het is tijd voor de dag, zo’n dag waarvan je er maar eentje hebt in je hele leven. Tenminste bij dat ene ding dan. Vandaag is de dag. De dag dat ik het gras ga maaien.

Het is prachtig weer buiten. Het zonnetje staat in een lage stand klaar om onder te gaan. De temperatuur is precies goed, niet te warm en zeker niet te koud. Vandaag is de dag dat het gras weer op de perfecte lengte afgesneden gaat worden door de messen van mijn handmatig aangedreven grasmaaier. Dat betekend dus naar voren drukken, naar achteren trekken, bochtje maken, net langs de planten op en dan weer terug omdat er nog een plukje staat. Het gaat een heel gedoe worden, maar het gaat me lukken. Ik weet het zeker.

Vol goede moed stap ik naar buiten in T-shirt. Tot mijn verbazing is de zon ondertussen verdwenen achter een donkere wolk. Maar die tegenslag gaat me niet tegenhouden. Het is dan wel wat frisser geworden, maar mijn zomerjasje zal me bescherming bieden. Nadat ik mijn jas heb aangedaan en weer opnieuw buiten sta, merk ik dat het toch wel wat donkerder begint te worden. Maar dat maakt me niet uit, ik ga gewoon door, want dit is de dag waarop het gaat gebeuren.

Ik trek mn jas nog maar wat verder dicht, het begint namelijk lichtjes te waaien. Ik loop richting het kleine schuurtje, achterin de tuin, waar de grasmaaier voor staat. Na een paar seconden (mijn tuin is niet zo groot) kom ik bij het apparaat aan. Ik pak de stang vast om hem weg te slepen. Plots trekt de wind toch wel erg sterk aan. Maar een beetje wind zal me deze keer echt niet tegen gaan houden, ik zal doorgaan! Ik zet de grasmaaier op de hoek van het veldje neer, waarna ik hem gecontroleerd naar voren duw en weer naar achteren trek. Het lijkt erop alsof hij niet heel erg veel heeft gedaan. Ik buk me om te kijken of er misschien iets niet goed afgesteld staat. En jawel hoor, hij staat veel te hoog ingesteld, zo gaat er natuurlijk niets van dat maaien terecht komen. Ik zoek de stelknop en begin te draaien. Langzaam maar zakken de messen van het apparaat naar de grond.

Na een goeie minuut ben ik dan eindelijk zover! Ik sta weer op om weer verder te gaan. “Nee! Niet nu!”, denk ik bij mezelf als de eerste regendruppel op mijn jas valt. Mijn gedachten zijn blijkbaar goed af te lezen, want nog geen seconde later komen de volgende druppels al aanzetten. Na die eerste paar stopt het niet. Het begint steeds harder en harder te regenen. Voor ik het wist zat ik midden in een stortbui. Snel trek ik mijn grasmaaier van het veldje, en zet hem onder het afdakje bij mijn schuur. “Ach,” denk ik bij mezelf, “morgen is er nog een dag.”

Harry de pizzaverzamelaar

Harry was iemand met maar weinig interesse in wat dan ook. Hij was in zijn leven eigenlijk maar met één ding bezig: het verzamelen van pizza’s. Nee, niet de dozen die om de pizza’s heen zitten als je ze laat bezorgen. Nee, niet de warmhoudtassen waarin ze bezorgd worden. En nee, hij had geen enorme gekoelde ruimte in z’n appartement op de begane grond. Nee hij had daarvoor zijn woonkamer. Harry woonde tot zijn dertigste bij z’n ouders. Tijdens die eerste dertig jaar van zijn leven had hij eigenlijk nog geen duidelijk doel voor ogen, zijn pizzaverzameling bestond nog niet. In die tijd was hij eigenlijk vooral een nietsnut. Hij had werk bij een fabriek, maar hij was traag en wilde altijd als eerste weg.

Maar na dood van zijn moeder moest Harry wel uit huis gaan. Zijn vader had geen zin om nog langer in een huis waar een heel gezin in paste te wonen. Dat was het moment waarop Harry in een klein appartement kwam wonen. Hij had een klein driekamerappartement op de begane grond. De eerste paar maanden hield hij het nog vol om ‘s ochtends uit bed te komen en ging hij nog naar zijn werk. Maar het avondeten begon steeds meer van hetzelfde te worden. Pizza. In het begin haalde hij ze nog bij de supermarkt op de hoek, zoveel geld verdiende hij niet. Maar al snel veranderde dat. Zijn vader stierf namelijk een half jaar na zijn moeder, waarmee hij opeens een flink fortuin tot z’n beschikking had. Maar verhuizen deed hij niet. Hij bleef in zijn kleine appartementje zitten. Wat hij wel deed was zijn baan opzeggen. Wat hij ook deed was een goede telefoon kopen zodat hij zijn bestellingen goed kon doorgeven. De supermarkt zei hij vaarwel. De pizzabezorger had een nieuwe klant. Vanaf dat moment bestelde Harry alleen nog maar pizza. Hij bleef steeds langer in bed liggen. Sommige dagen lag hij bijna twintig uur in bed. Als hij eindelijk uit bed was gekomen pakte hij z’n telefoon en belde hij snel zijn bestelling voor vandaag door. Ondertussen natuurlijk op rekening, een service voor vaste klanten.

Terwijl Harry wachtte op de pizza ging hij meestal nog eventjes een dutje doen, waarna hij wakker werd gemaakt door de deurbel. Met elke dag meer moeite liep hij richting de deur, zijn omvang was immers al redelijk fors geworden. Hij bestelde altijd twee pizza’s. De eerste ging altijd volledig op, maar de tweede kwam maar tot de helft. In het begin bracht hij die halve pizza’s nog netjes naar de vuilnisbak, maar hij had al snel door dat dat ook een mooie verzameling kon vormen. Naast zijn favoriete zitstoel groeide dan ook al snel een stapel pizzadozen met daarin halve pizza’s.

Het leven van Harry bestond op het laatste uit slapen en pizza eten. Zijn buren hadden hem nog nooit gezien, de post had hij al zeker een paar maanden niet meer bekeken. Harry was iemand die stierf in het harnas. De pizzeria had al twee weken geen bestelling meer van hem gehad, en voor een klant die al tien jaar elke dag pizza bestelde was dat opvallend. Op zijn veertigste werd hij dood gevonden door de politie, die op aanraden van de pizzeria even een kijkje ging nemen. Er lag een open pizzadoos op zijn ronde buik. De officiele doodsoorzaak: dood door pizza.